april 2013

April: de traktor doet wat hij wil.

In de maand april wachten de wijnstokken op warmte. De eerste weken zetten koud in, met hardenoordenwind, dus de stokken verroerden zich niet.
Toen won de zon de strijd, en liep de temperatuur van 15 graden in een paar dagen op naar 25. Met een rotvaart stuwden de planten hun sappen omhoog. Met de dag zag je hun knoppen zwellen.
Een scheurtje, en de volgende dag al toonde zich een piepklein blaadje en een paar dagen later zocht een dun stengeltje zijn weg omhoog naar de stralend blauwe lucht.

Dat werd tijd ook. Het onkruid had zich niets van de kou aangetrokken en leek op weg de wijnstokken te overgroeien. Een kunstschilder stort zich verrukt met penseel en doek in de overvloed aan kleurschakeringen. Een simpele wijnbouwer ziet zich de komende maanden moeizaam door de rijen waden. Een medaille heeft altijd twee keerzijden.

Eindelijk is de grond droog genoeg om het gewicht van de tractor te dragen, en met een lichte ploeg wordt tweemaal heen en weer door de rijen gereden. De nu licht verkruimelde aarde, vermengd met in stukjes gehakt onkruid, is weer zichtbaar en de wortels kunnen weer “ademen”.
We hebben een oude tractor, en volgens mijn partner ben ik totaal ongeschikt voor het berijden van dit werktuig: ik ben te gauw afgeleid en hij ziet me in een greppel storten. Het is een wonder, dat hij mij in staat acht onze auto over de kronkelweggetjes te sturenDe tractoren hier zijn klein en smal. En ik ben lang en smal. Dat past niet echt bij elkaar: Mijn benen hangen vreemd langszij, zoals bij een volwassene die op een pony probeert te rijden. Ik sta doodsangsten uit wanneer mijn partner de tegen de hellingen gelegen velden ploegt.
De rijen zijn trapsgewijs aangeplant en per rij is er een hoogteverschil van wel veertig centimeter, met een breedte waar de tractor net door kan. Om kantelen te voorkomen hangt hij soms gelijk een bemanningslid van een zeilboot overstag, en fungeert als contra-gewicht. Ik sta lafhartig met de rug naar hem toegekeerd af te wachten of er een denderende knal zal volgen.
“Je moet de rijen vlakker maken”, verzucht ik elk jaar, “dit is veel te gevaarlijk zo”.
Ondoenlijk volgens hem. Ik raap het beetje resterende moed bij elkaar en klauter naast hem op de tractor. Met hem als kapitein en ik als angstige bakkenist zeilen we die dag door de velden.Mijn werk bestaat uit het verwijderen van het onkruid op de plaatsen waar de tractor niet bij kan: dicht langs de stokken en de omheiningen. Zonder tractor een flinke klus.
De hele dag zit hij op die tractor. We hebben geen vlak terrein, dus hij wordt de hele dag heen en weer geschud en komt aan het eind van de dag met een zere rug en bruinrood thuis: de opwaaiende aarde heeft zijn aan zijn gezicht en kleding vastgezet. En de volgende dag maar weer weg, want je weet maar nooit of een regenbui hem dwingt het werk voor een aantal dagen te staken.
Er is haast bij, want hij wil niet dat er teveel opgewaaide aarde op de zich ontluikende knoppen komt. Volgens hem zitten er ziektekiemen in dat stof, die zich tijdens de latere groei in de plant gaan installeren, en voor schimmels en andere oogstverminderende ziektes zorgen.
Zijn we een keer gezamenlijk met de auto op pad, ik achter het stuur, dus een gangetje van 50 km, dan ziet hij in de voorbij zoevende velden het begin van ziektes en andere kwalen.
Hij loopt door een veld van 2000 stokken en vindt er zeven die aangetast zijn door rupsen.
Ik ben er zo eentje die achter hem aan huppelt en niets abnormaals opmerkt.

Een geel blad, een grijze ring aan de onderkant, rode verkleuringen langs de randen, afgevreten scheuten, schade door rode spinnen: niets ontgaat hem.
‘t Is mooi om een modern stel te zijn met zo'n complementaire taakverdeling.