februari 2013

Februari: Een maand van kraters, geulen en draden

Het voorsnoeien zit erop. De wijn komt bij van de assemblage; wat doet een wijnbouwer dan nog? We wachten met het snoeien van de Grenache, omdat moedertje natuur van slag is: dagen met twintig graden werden afgewisseld met vorst en zelfs wat sneeuw.
En daar raken wijnstokken van in de war. Ze sturen de sapstroom omhoog, om de knoppen te doen uitlopen. En dat is nog te vroeg, één kleine nachtvorst en weg is de oogst.
Want de bevroren uitlopers sterven af. En de wijnstok, hardnekkig als altijd, maakt wel weer nieuwe uitlopers. Alleen zal deze tweede generatie twijgen geen vrucht geven.

Het klimaat lijkt op haar inwoners: het uit zich in uitersten en kent zelden de gulden middenweg.
In het voor- en najaar steekt de noordenwind op, dagenlang, ontembaar, met 100 kilometer per uur. En als het droog is, kan het maanden duren voor je weer een regendruppel ziet.
Wanneer het dan regent, gebeurt dat uitbundig: in een paar dagen klettert een voorraad water voor een paar maanden uit de lucht.
En dat is nou de reden waarom wij, net als de Nederlandse boeren, sloten rondom de velden hebben.


Het regende dus uitbundig. Het water is ook al net zo eigenzinnig als de inwoners: het zoekt zijn eigen weg en gaat voorbij aan de begane paden (in ons geval de overstroomde sloten).
En dus hebben we nu geulen rondom èn in de velden. We verveelden ons niet: met de kar achter de tractor verplaatsen we keien en aarde, om een veld weer begaanbaar te maken.
Vergeet de bulldozer: de ruimte tussen de rijen is er te smal voor.
Dat heeft een technische reden: wil je voldoen aan kwaliteitsnormen, dan wordt de plantbreedte en ruimte tussen de stokken voorgeschreven.

Simpel gezegd: veel stokken per hectare krijgen weinig voeding per stok. Weinig voeding geeft een laag rendement en dat geeft een goede wijn!

Ik kocht jaren geleden een veld Syrah omdat het zo mooi in een vallei tegen een helling ligt.
Sindsdien begrijp ik, waarom er elk jaar geologie-studenten vertoeven voor een stage. Het veld ligt in een gebied waar de segmenten van de diverse periodes van miljoenen jaren omhoog gestuwd en zo prachtig te bestuderen zijn. Alleen kreeg ik van hen nog geen verklaring voor het verschijnsel dat er na hevige regenval twee grote kraters verschijnen in dat veld, met een doorsnee van zeker drie meter en een diepte van anderhalve meter!
Daar gaan heel wat karrevrachten keien in, die dus na twee jaar weer volledig opgeslokt zijn.
Ik vermoed dat er een soort onderaardse rivier moet zijn. Wie weet, krijg ik ooit grote koppen in de krant vanwege al het moois wat speleologen daar ontdekten. Voorlopig zit ik er maar mee: dagen werk om de boel weer dicht te krijgen.


Hebben we de geulen en de kraters gehad, dan zijn er nog de draden, ook zo’n februari-klus.
De harde wind is een onoverkomelijk kwaad voor de Syrah met haar prachtige lichtgroene brosse twijgen, die tijdens de eerste de beste harde wind bij de aanzet afbreken.
Maar wanneer je de twijgen tussen strakgespannen draden laat groeien, dan kan de wind alleen het stukje afbreken wat boven de draad uitsteekt. En dus blijft het gedeelte van de twijg waar zich de druiventrosjes-in-spé bevinden, netjes vastzitten aan de wijnstok: oogst gered.

En die draden, simpel ijzerdraad, die lijken een eigen leven te leiden. Elk voorjaar hetzelfde ritueel: de draad losmaken, met een nijptang aanspannen, en weer vastwikkelen (vijf draden per rij, en honderden rijen te doen). En een jaar later hangen ze er weer slap bij en trek je ze weer een stukje langer vast. IJzerdraad groeit hier elk jaar wel een paar centimeter! De wetenschapper heeft uiteraard een verklaring voor dit verschijnsel, maar hij hoeft niet elk jaar honderden draden opnieuw aan te spannen….