juli 2013

De bloei is voorbij en de druiven groeien goed, ze zijn al zo groot als erwtjes. De snoeischaar kan weer ter hand worden genomen. Ik zie het als een vorm van landschapsbeheer.
Ongeordende rijen worden teruggeknipt tot rechte hagen, een schitterend contrast met de omringende wilde struiken van de garrigue. Tuinieren, maar dan in het groot, en dat elke twee weken. Jammer dat we er van overheidswege niet voor betaald worden…
Natuurlijk is het bloedheet op de dagen dat de heggenschaar ter hand wordt genomen. Buurman tuft uitgelaten met zijn tractor voorbij, trots toont hij de aangekoppelde, net aangeschafte installatie, waarmee machinaal en razendsnel de rijen in model worden gebracht.

Fontaine des Joncs syrah 2013
Als ik klaar ben, kom ik nog wel even bij jou door de velden” roept hij ons overmoedig toe.
Mijn partner, en ik ook, wil niets van deze vooruitgang weten. Knip je handmatig, dan zie je tenminste hoeveel je er bij elke stok wegknipt. Zo’n grote tondeuse op de tractor, die hapt zonder enig onderscheid in de rijen.

Onze velden zijn niet geschikt voor zo’n apparaat. Op de vlakte werkt zo’n apparaat goed, maar hier bij ons is niets vlak, bij de ene rij zit je ermee in de druiven en bij de andere rij knip je alleen de bovenkant”, zegt mijn partner richting de wegzoevende tractor.
Met rode hoofden, lamme armen en zere schouders knippen we voort, kilometer na kilometer.

Dan denk ik aan mijn overleden vader, aan de heg rondom de achtertuin van een rijtjeshuis.
Dat begon een paar dagen tevoren met de verzuchting “het wordt tijd de heg te knippen”, want natuurlijk was het die dagen te warm voor zulk werk. Eenmaal de heggenschaar ter hand, werd de heg -met timmermansoog- weer teruggebracht tot haar oorspronkelijke formaat. Acht bij acht bij acht meter, 24 meter totaal schat ik.
Het is niet dat wij -net als mijn vader- de rijen overal even breed en hoog willen hebben. Al is het wel een fraai gezicht, vind ik zelf. Het is vanwege het bespuiten en het licht ploegen.
De tractor -die maar 1,05 m. breed is- moet, zonder dat er twijgen afbreken, door de rijen kunnen rijden. De nevel die ziektes en schimmelvorming bestrijdt, moet goed verdeeld worden over de plant.
In gedachten zie ik mijn vader goedkeurend knikken, over zoveel kilometer mooi geknipte heg.
Ach, zegt mijn partner tegen collega’s: “ik knip passages, Karen is wat artistieker bezig”.

juli 2013 hegknippen RR
Twee dagen later kruisen we onze overmoedige collega. Minder uitgelaten, met een heggenschaar in de hand. Hij bleek een dag verspild te hebben aan een onuitvoerbare reparatie. Het apparaat was niet opgewassen tegen het hellende terrein. “Wij zijn bijna klaar, als je wilt, komen we nog even bij jouw in het veld”, grapt mijn partner opgewekt ter afscheid.Een minder vrolijke gebeurtenis was het rooien van een wijnveld. Al ben ik maar een nieuwkomer vergeleken bij een partner met een leven lang in de wijnbouw, het doet me pijn om de ontwortelde stokken op de losgemaakte aarde te zien liggen. Meer dan veertig jaar gaven ze hun oogst. Wat mij betreft, nog wat meer jaren.
Maar het kon niet langer, er zat een ziekte in het hout die de vruchtzetting verstoorde, waar geen remedie voor bestaat. “Dan maar wat minder opbrengst” was geen alternatief, door de ligging was de kwaliteit hem niet naar het zin. Verkopen wil hij niet :“Ik verkwansel niet de grond van mijn voorouders”. Dus nu hebben we een braakliggend veld, maar ook de plantrechten ervan.
Met die rechten kan ik volgend jaar een klein veld met witte druiven aanplanten.
Sterven en opnieuw geboren worden. Een eeuwig wederkerende cyclus van de natuur.
Het verzoent me enigszins met het lot van dit veld