juni 2013

Eindelijk, het is zover: 20 juni, de wijnstokken staan in bloei. Mijn partner kan zich niet herinneren, dat het ooit eerder zo laat in het jaar was. Zorgen, zorgen, zorgen. Het is zonnig weer, maar zijn gezicht ziet er uit als een donderwolk, “Dit kan nooit goedkomen”, verzucht hij bij zijn wandeling door de wijnvelden. “Drie weken, dat lopen ze nooit meer in”.
Om even een idee te geven, bloeiende wijnvelden, dat is niet zoiets als bloeiende koolzaadvelden. Je moet de bladeren omhoog duwen om enkele minuscule meeldraadjes te zien rondom een klein bolletje, zo groot als een speldenknop. Dat is dus de bescheiden bloei van wat een druifje gaat worden.

In de voorafgaande drie weken was het te koud, met een paar stevige regenbuien. Het moet warm blijven, en droog, willen we eind september kunnen oogsten. En dat is al laat, de wijnbouwers in de lager gelegen vlaktes beginnen meestal twee weken eerder dan wij. Onze velden liggen 250 m. boven zeeniveau: een prima voorwaarde voor een evenwichtige rijping, en dus goede wijn, door de koelere nachten.
Maar aan elk voordeel zit een nadeel: Onze kwaliteit is beter, maar het risico van slecht weer tijdens de oogst is ook groter. Hebben de omwonende wijnbouwers de oogst veilig in de schuur, dan kunnen wij begin oktober verrast worden met regenbuien, die de oogst onbruikbaar maken door schimmelvorming.


Mijn partner is opgegroeid in een wijnbouwersgeslacht, van vader op zoon werken ze in de velden. Theorie en praktijk verschillen vaak. In theorie kan alles nog goed komen. Mijn partner had het voorgevoel dat het niet goed zat met die te late bloei. En helaas kreeg hij gelijk. Na een week liet hij me het resultaat zien: Coulure.
Hij pakte een druiventrosje-in-spee, schudde er lichtjes aan, en de groene speldenknopjes -die druiven hadden moeten worden- regende naar beneden. De vruchtvorming had niet plaatsgevonden.
De Carignan en de Grenache hebben er flink onder geleden. Gelukkig is het bij de Syrah wel goed gegaan. Het wordt dus een kleine oogst dit jaar.


Vooral niet de wijnstokken onnodig storen, zoals bijknippen, was zijn devies. De snoeisnaar is taboe tijdens de bloei. De omwalling daarentegen, die moest nodig worden aangepakt.
Voorzien van inklapbare handzaag en snoeimes ben ik die te lijf gegaan. Boomtakken die wijnstokken in de schaduw zetten, werden teruggezaagd. Ik wil de zon zien schijnen op die nu nog pieterige druifjes, zodat ze snel gaan groeien. ‘t Is zwaar werk, maar het wordt er mooi van.

Buxus struiken van drie meter worden netjes recht bijgeknipt. Ik overweeg nog even, of ik er net als in Engeland mooie vormen in ga knippen: een wijnfles of zo. Al is het alleen al om het wanhopige gezicht te zien van mijn partner bij het passeren van een zoveelste gekke inval van mij!

Wat een leuke afleiding geeft, zijn de fossielen. Miljoenen jaren geleden bevonden de heuvels zich onder zeeniveau. En nu groeien er wijnstokken, met aan haar voet de fossielen van mossels, ammonieten, St. Jacobsschelpen en koraal.
Dan kom ik thuis met een museum-inventaris in mijn jaszak.
En nog mooier, mijn eigen veld is aangeplant op een bodem vol kwartssteentjes: prachtig gevormde juweeltjes, allemaal met eenzelfde aantal facetten. Dan lig ik als een kind zo blij op mijn knieën de aarde af te zoeken naar onbeschadigde elementen die aan mijn -inmiddels wel erg grote- verzameling toegevoegd kunnen worden.
Het werk, dat schiet er dan wat bij in. Maar het leven bestaat toch niet uit alleen uit werken?