maart 2013

Maart 2013

Maart roert zijn staart volop dit jaar…

Twee dagen harde noordenwind gevolgd door drie dagen regen, dan weer vochtige zeewind met motregen en onverwacht een windstille dag met een stralende zon, enzovoort.
“Met zulk weer kom je tot niks”, moppert mijn partner.
Het veld van de aanplant van vorig jaar zit vol geulen. Voordat er aangepland werd, is de grond 60 centimeter diep geploegd. In die losgewoelde aarde vinden de wortels snel een weg naar beneden, naar de meer vochtige onderlaag. Helaas spoelt de losse bovenlaag makkelijk weg. En omdat het veld tegen een helling is aangeplant, heeft het water de kortste weg naar beneden gevonden: de geulen dwars door het veld.
“Ik ga het met de tractor proberen”. Ik opper nog wat bezwaren, maar hij laat blijken de begaanbare plekken beter te kennen dan ik. Dus vertrekt hij per tractor. Om half acht ‘s ochtends maak ik eerst het middageten klaar. Op het franse platteland zijn de maaltijden een niet te onderschatten gebeuren: niks snel wat in de magnetron schuiven, er moet twee keer daags huisvlijt op tafel komen. Dus toen dat klaar was, vertrok ik richting wijnveld.

In het dorp houdt een collega-wijnbouwer me staande: “Die man van jou staat met zijn tractor tot de assen in de modder geparkeerd”.
Bij de plek des onheils aangekomen en afgaande op zijn gezicht, slik ik woorden als “zie je nou wel” maar snel in. Hij was niet verder gekomen dan de inrit van het veld. Met hulp van de tractor van de collega werd onze tractor uit de blubber getrokken. Wijziging van de werkplannen dus, leek mij. Maar mijn partner is koppig en wil niet opgeven. “Ga jij maar draden knopen, ik ga met jouw auto de kruiwagen halen”.
Met een stugge volharding kruide hij die ochtend keien van de randen van het veld naar de geulen. Die keien, die hadden we vorig jaar na het diepploegen naar de omranding gekruid. En die zijn er nu dus allemaal weer in teruggekeerd.

Een heel heen en weer gesleep, het lijkt werk voor niks. Maar in plaats schade toe te brengen aan de ploegmessen, zullen ze nu als mini-dijkjes helpen het water te keren.
Is het soms niet zo in een mensenleven? Je werk lijkt zinloos, maar je verloor het zicht op de meerwaarde die je ermee toevoegde aan een element.

Ik ben al dagen met opbindkoord in de weer: tweeduizendvierhonderd kleine stompjes met twijgjes van 50 centimeter. Alle twijgjes wegknippen. Zo dwing je de wijnstok-in-spé zijn krachten naar beneden te richten, op de ontwikkeling van zijn wortelstelsel. Vitaal voor de kwaliteit van de oogsten in de jaren die zullen volgen.
Een stukje koord vastzetten aan “le pied” (vertaald “de voet”, in dit geval het prille begin van wat een druivenstok gaat worden) en aan de eerste -boven de stokken gespannen- ijzeren draad. Dat draadje gaat de eerstkomende jaren steun geven aan de te vormen wijnstok.
Het is een wonder, dat zo’n klein ding over vier jaar al stevig genoeg is zichzelf overeind te houden en druiven gaat leveren.
Maar vooreerst is het -zittend op de knieën- draden vastknopen. Met een mopperende en kruiende wederhelft op de achtergrond, en een met modder omklede tractor op de voorgrond.
En dan maar denken dat het wijnvak saai is!

Tegen kwart voor twaalf naar huis, waar het middageten alleen nog opgewarmd hoeft te worden. Het comfort van een volle buik, maar ook de pijnlijke schouders, hebben mijn partner eindelijk zijn plannen doen bijstellen. En zo zitten we die middag, geknield naast elkaar, koordjes te knopen.
Een stralend blauwe lucht, en dan opeens verschijnen er donkergrijze wolken aan de horizon en een kwartiertje later staan we in de kletterende regen. Die na tien minuten ophoudt en de zon doet schijnen op onze doorweekte kleren. Typisch maart!!