december 2013

December 2013, ‘t Is rustig, de wijnen rijpen in de vaten en wij gaan door met voorsnoeien en snoeien.

 

De Marselan, een jonge aanplant, was deze maand het eerst aan de beurt.
In oktober stond ze te pronken in haar purperrode bladerkleed. In de herfst veranderen de wijnbladeren van kleur, en dan lijkt het of zich een bontgekleurde lappendeken over het landschap heeft uitgespreid. Alleen donkerrood ontbrak daar nog in.
En nou hoorde ik dat je van rode wijnbladeren kruidenthee kunt trekken. Dus heb ik wat bladeren geoogst en gedroogd. De pot Marselan steekt prachtig af tussen het groen van potten verveine, lindebloesem, munt, citroenmelisse en tijm.
Een potje zelfgecomponeerde thee doet wonderen tegen de vermoeidheid van het voorsnoeiwerk.
Nu heb ik me bedacht, dat mochten we volgend jaar weer zo’n magere oogst hebben, ik een maand later altijd nog een ploeg druivenknippers het veld in kan sturen om de Marselan bladeren te oogsten.
Begin ik een thee-handel…

De Marselan heeft, zo jong als ze is, dikke twijgen en sommige zijn al meer dan twee meter lang. Ze is nu al klaar om “gevormd” te worden, dat wil zeggen dat we de twijg uitkiezen die de rest van haar leven de wijnstok gaat worden, waaruit de vruchtdragende twijgen ontspruiten.
Ik knip voorzichtig de twijgen los en mijn partner kiest de mooiste twijg uit en knipt de rest weg. Met een ijzerdraadje zet ik de twijg vast aan de onderste draad. Totaal 2300 stokken…
‘t Is mooi werk, deze opgroeiende jeugd te vormen voor een lang en rijk leven.

Fontaine des Joncs
Daarna was mijn Syrah aan de beurt. Net als andere jaren, stond ze ons met een overdaad aan twijgen op te wachten, ondank al ons bijknippen in het voorjaar en de zomer.
Een Syrah, die groeit tussen draden, zo breken haar twijgen niet af bij harde wind. Maar deze dame heeft daarin weinig vertrouwen, elke 50 centimeter heeft ze zich eraan vastgegrepen.
Toen ik het veld kocht, was ze nog een jonge aanplant. Ik was verrukt over de twee meter hoge draden, zo hoog ging -toen- nog niemand. Vanwege mijn grote lengte een weldaad voor de rug.
Ze groeide ontstuimig, maar dat was volgens mij jeugdige overmoed. Ze zou met het ouder worden vast wel bijdraaien. En dat deed ze dus niet. En het lijkt erop, dat de Marselan dezelfde weg gaat. Honden lijken op hun bazen zeggen ze, maar ik denk dat velden dat ook doen!

Fontaine des JoncsDe plek is haar vast erg naar de zin en dat wordt elk jaar beloond met een overdaad aan twijgen. Met bijsnoeien houden we haar in toom. Anders produceert ze teveel druiven, en dat gaat ten koste van de kwaliteit.
Ik heb geen spijt van de hoogte, behalve dan in de winter, wanneer ik tegen een twee meter hoog scherm van sterk verankerde twijgen aankijk.
Stukje bij stukje knip ik twijg na twijg los. En dan moet ik ook nog het hout van het jaar daarvoor, dat met een ijzerdraadje vast zit op de onderste draad, los zien te krijgen.

Het eerste jaar leek er geen einde aan te komen. Zes rijen per halve dag, en lamme armen. Veel gemopper en steeds minder zin in het werk.
Het viel me op, dat uit twijgen die niet vertikaal groeiden, een zee van een tweede generatie twijgen ontsproot, die zich ook weer hadden vastgezet. Het volgend voorjaar, bij het tussen de draden zetten van de twijgen, lette ik erop dat dat recht gebeurde. De beloning kwam die winter: minder extra loten en makkelijker knipwerk.

Fontaine des JoncsEr bestaan natuurlijk voor dit soort werk ook machines. In mijn veld komen ze niet tegen de helling op en is een andere snoeivorm nodig, willen ze niet de vruchtdragende twijg vergruizelen.
Ik heb me erbij neergelegd, dat dit eentonige werk hoort bij het krijgen van een oogst, en knip tevreden, halve meter na halve meter, kilometers lang, de twijgen van de draden los.
Het zonnetje schijnt, vogeltjes fluiten, omringt door natuurschoon, wat wil een mens nog meer?