februari2014

Februari, de maand dat je de kachel stookt en buiten in een warme jas de noordenwind trotseert.
Vergeet het dit jaar maar, ‘s-middags kon je in een T-shirt naar buiten!
Het kan niet mooier voor het buitenwerk, er moeten namelijk nog 6.000 stokken Grenache gesnoeid worden. Maar, snoei je met warm weer, dan slaan ze op hol en botten ze te vroeg uit.
Zul je zien dat er in maart nog vorst komt, dat alles dood vriest en je de oogst gedag kunt zeggen.
We durfden de snoei dus niet aan. Het is te vroeg voor ploegen, al komt het onkruid goed op gang.
Dus bedenkt mijn partner dat de sloten rondom de velden opgeschoond moeten worden. Dat is al jaren niet gebeurd, en dat is te zien. Takken die overdwars groeien, braamstruiken van twee meter, bremstruiken en boompjes die overal op zijn gekomen.

 

febr 2014 sloot zonder snoeiRRfebr 2014 sloot na snoeiRR
(Op de afbeeldingen zie je de sloot voor de snoei en de sloot na de snoei)

Ik word “uitgerust” met een klein kapmes, diverse snoeimessen, een hark en een hooivork. En knippen, snoeien en harken dat het een lieve lust is.
Mijn partner is met de motorzaag in de weer. Boom na boom gaat om…

Dat vind ik vreselijk. Ik word gerustgesteld: “Er staat nog genoeg stam, dan botten ze opnieuw uit. Over vijftien jaar hebben we er weer hout van”.
“En is het hier dus opnieuw een jungle”, zeg ik tevreden.
Al is dat best jammer, we hebben nu een beschaduwde picknickplaats van 200 meter lengte.
Ik breng de “kachel-klare” stukken van 60 centimeter -uit het zicht- samen.
Uit het zicht, want helaas zijn ook op het platteland je eigendommen niet meer veilig. Dat ontdekten we een paar jaar geleden, toen onze bult -keurig gesorteerde- gerooide wijnstokken in een paar weken tijd zodanig slonk, dat er voor ons weinig bruikbaars overbleef voor de wintermaanden.

Behalve dus brandhout houden we er grote takkenbulten aan over, die opgeruimd moeten worden. Anders gaan deze, bij overvloedige regen, als stuwdam fungeren.
Tot voor een paar jaar was het simpel: je stak ze in de brand (behalve in de zomer, wanneer er vanwege de droogte teveel brandgevaar is) en opgeruimd staat netjes.
Toegegeven, dat liep wel eens uit de hand.
Mijn partner herinnerde zich enorme rookwolken in de buurt van een veld van hem. De buurman had een sloot willen uitbranden, maar dat was wat meer geworden dan gepland: de hele helling stond in lichte laaie!
Dus partnerlief op de tractor richting plek des onheils, waar inmiddels de brandweer al aan het werk was. Plus de gendarme, die hem prompt op een ondervraging trakteerde.
Van wie het veld was, en hij antwoordde naar waarheid “van mij”.
Het heeft nog heel wat moeite gekost de gendarme ervan te overtuigen dat hij de boel niet had aangestoken. Buurman was er natuurlijk allang tussenuit geknepen…

Fontaine des Joncs Grenache

Je moet nu je brand administratief regelen. Dus van tevoren aanvragen met uittreksels van het kadaster erbij waarop je tekent op welke plek je een bult in brand steekt en vooraf de brandweer en gemeente inseinen. Prima, want als het uit de hand loopt, is de schuldige makkelijker te vinden. Tenminste, ingeval de dader het administratieve traject in is gegaan.
Maar dat regelen is praktisch ondoenlijk, want vuur maak je op windstille dagen. Hoe regel je dat administratief? We melden onze brand op een windstille dag. Niks geen contact vooraf met de brandweer, de vlam ging er gelijk in. En alle takkenbulten verdwenen in metershoge vuren.
Met haar als stro (ik was soms wat te dicht bij het vuur) en onder de schrammen (ik had me te enthousiast met snoeischaar in de braamstruiken gestort) en roetvegen over het gezicht en kleding, breng ik na afloop het hout naar huis.
En dan denk ik aan de van top tot teen verzorgde vrouwen in damesbladen, en vraag me af of ik echt wel een soortgenoot van hen ben…

Mooi gestapeld ligt het hout inmiddels onder het afdak in te drogen. Eind van de maand werden de lucifers ingeruild voor het snoeimes: die 6.000 Grenache-stokken zijn inmiddels ook gesnoeid!