juli 2014

In de maand juli gaat wijnboerin Karen op vakantie. Ja, en wat ga je dan doen?

Juli zette in met warm weer en een paar kleine buien. De groei zit er goed in. We hebben uitgedunt en bijgeknipt. Er is minder werk, de boer kan aan vakantie denken. In ons geval vijf dagen naar de Aveyron, een agrarisch en dunbevolkt gebied. Om precies te zijn: in een gîte bij een veeboer, die “fleur d’aubrac” koeien had, oftewel vleeskoeien.

Dikke konten en lieve koppen. Dat probeerde ik op papier vast te leggen. Rustig vee, maar ze bewogen toch meer dan ik had gedacht. Dus heb ik bladzijdes vol koppen, schouders, ruggen en billen, maar geen complete koe.
Partner en zoonlief leefden zich uit met forelvissen, het menu werd er wel wat eentonig door.
‘s Middags werd de omgeving verkend en dat bracht ons bij wijnvelden, een wonder in onze ogen. Want dit gebied kent de laagste temperaturen van Frankrijk, vooral in de winter.
In de coöperatieve cave hebben we de wijn geproefd, van totaal slechts 22 hectare.
We zijn teveel onze eigen zongestoofde wijn gewend, dus geen eerlijke jury.

wijnveld aveyron
De gastvrouw -een oenoloog- raakte aan de praat, toen ze hoorde dat we wijnbouwers waren.
Ze vertelde over de moeizame weg om de kwaliteit verder te ontwikkelen. De wijnvelden liggen tegen steile hellingen. Van oudsher wordt er in terrasvorm gepland, dus een paar rijen en dan weer een paar treden omhoog, naar de volgende rijen. Arme grond, met een laag rendement. En al het werk is handmatig en dus duur. De oudere generatie probeert dit cultuurgoed in stand te houden, maar de jongere generatie treedt niet in hun voetsporen, omdat er geen bestaan in zit.
We kennen het verhaal: wil je gaan voor kwaliteit, laag rendement en handmatig, dan zit daar een kostenplaatje aan vast en dat komt in de prijs tot uitdrukking. Dat brengt me bij het onderwerp: particuliere cave en coöperatieve cave.

Een coöperatieve cave is een grote structuur, waar de leden -wijnbouwers- zeggenschap hebben. Tenminste, dat was vroeger. Door de schaalvergroting bestieren professionals de coöperatie en hun salaris wordt uit de verkoop betaald. De wijnboer brengt dus zijn druiven naar de cave, waar personeel de vergisting, assemblage en verkoop op zich neemt.
Simpel gezegd: voor de wijnbouwer houdt het werk op zodra hij de kar druiven leeg heeft gekieperd in het grote bassin bij de coöperatie. Het gewicht en suikergehalte van elke kar druiven is de basis voor de vaststelling van het aan hem uit te betalen bedrag.

Een particuliere cave (zoals wij) is een bedrijf waarbij de druiven in eigen cave vergist worden tot wijn, geassembleerd en verkocht. Een particuliere wijnbouwer neemt meer risico: bij de vergisting kunnen dingen misgaan en dat kan tot forse verliezen leiden. En de verkoopprijzen kunnen tegenvallen.

Nu kun je als particulier twee kanten uit: een contract afsluiten bij een grote exportfirma die het alleenrecht heeft op al je wijn, de prijs bepaald en de wijn per bulk, in een grote vrachtauto afhaalt op het moment dat daar een contract voor is. De wijn wordt daarna geassembleerd met wijnen van andere wijnbouwers, om zo een grote -uniforme- partij op fles te zetten en te verkopen aan onder meer grootwinkel- en restaurantketens. Uiteraard zal er nooit de naam van de wijnbouwer op het etiket worden vermeld, omdat de wijn niet in eigen beheer is gebotteld.

Je kunt als particuliere cave ook zelf je wijn op fles zetten (ik dus) en proberen die wijn verkocht te krijgen. Via tussenhandel of via rechtstreekse verkoop. Dat is een vak apart, en met mijn rijkelijk gevulde dagen, valt het niet altijd mee daar genoeg tijd en motivatie voor te vinden.

Vandaar dat ik tijdens een vakantie even helemaal niks anders wil doen dan koeien te vereeuwigen…

Aveyron koe