maart2014

De grillige natuur beheerst het werk op de wijngaard .

In maart doet het voorjaar haar intrede. Dit jaar dus niet; het voorjaar was er al in februari.
Maar de maartse buien waren er wel, en volop.
Een stralende lucht die in een mum van tijd verduisterd wordt door grijze wolken, regen die er tien minuten lang uit klettert, en daarna weer een strakblauwe lucht.
Slechte tijden duren nooit lang in maart: daar wordt een mens optimistisch van.
Na een serie van zulke buien raakt de grond goed doorweekt en dat is nodig, na een droge winter. De planten genieten van die verfrissende douches en het natte voeten-weer: ondergronds breidt hun wortelstelsel zich uit, en bovengronds verschijnen stengels, blaadjes en bloemetjes.
Wij genieten ook, maar niet vanwege de douches en natte voeten.

 Hier in de Corbières regent het in het late najaar en in het vroege voorjaar. Daarna is het de hele zomer droog, en moeten de druivenstokken steeds dieper in de grond naar vocht zoeken.

Wanneer je oude stokken hebt, gaan die wortels wel meer dan zes meter naar beneden.
Volgens de wetenschap zorgt dit ervoor dat dieper gelegen mineralen en andere elementen worden opgenomen, die weer terug te vinden zijn in de smaak van de wijn. Om eerlijk te zijn, het lukt mij niet dat te proeven. Komt misschien ook omdat ik opgegroeid ben met melk en kaas, en pas later leerde van wijn te genieten.

Het regent echter zo regelmatig, dat de grond niet meer geploegd kan worden. Een prachtig tapijt van onkruid spreidt zich tussen de rijen uit. Dat groeit fijn door, terwijl wij wachten tot de bodem wat indroogt. Maar we klagen niet, ook voor de druiven kan het niet beter, wat het weer betreft.

Fontaine des Joncs licht ploegen

We verwachten dat de nieuwe aanplant, Marselan, dit jaar een kleine oogst gaat geven.
En dus moeten ook de bovenste draden aangebracht worden. Er is altijd wel werk te vinden.
Dus in plaats van ploegen, glibberen we door de rijen, om totaal 5 kilometer draad door de gaatjes in de ijzeren stokken te rijgen.

Voordat we gemotoriseerd naar buiten kunnen, wordt er -tijdens regenbuien- in de schuur geklust aan het mechanisch materiaal. Dat heeft hier nogal te lijden, met hellend terrein vol keien.
Er moet het nodige vervangen en hersteld worden. Mijn partner demonteert onderdelen, die bij mij in de auto worden gelegd. En ik mag ermee naar Narbonne, op zoek naar vervangend materiaal.
Elk merk heeft zijn eigen onderdelen, dus zo doe ik die dag diverse agrarische bedrijven aan.
En natuurlijk worden er meer vragen gesteld dan ik aan antwoorden heb op het summiere -door mijn partner- geschreven briefje.
Dankzij oude rekeningen (dat is wel een voordeel van informatica, er gaat niets verloren) en onderdelenlijsten worden er oplossingen gevonden. Ik krijg een deel van het materiaal mee en een deel staat op een bestellijst, met twee weken hebben we de rest. Dat wil overigens niets zeggen, heb ik met de jaren geleerd, tijd is hier slechts een indicatie en geen harde afspraak.
Dus we mogen blij zijn wanneer we ze met een maand hebben. Maar het werk kan niet een maand wachten, dus worden de ontvangen onderdelen gemonteerd. Met ijzerdraad, in afwachting van de andere onderdelen -mijn partner is een vindingrijke, doch zeer basale reparateur- wordt de boel rijklaar gemaakt.

Fontaine des JoncsZo begint eind maart het licht ploegen van de velden, een biologische manier om het onkruid in toom te houden, én een weldaad voor de druivenstokken.
De stokken staan netjes gesnoeid in het gelid in de mooie losgewoelde aarde, als dappere soldaatjes klaar voor hun werk.
En eind maart ontdekten we al de opgezwollen knoppen. Nog even, en het eerste blaadje verschijnt voorzichtig. Dat is voor mij het ware begin van een voorjaar, wanneer een nieuwe cyclus van groei en vruchtvorming wordt ingezet…