januari 2015

Januari gedraagt zich als een echte wintermaand: het is koud met harde wind.
Ik sta in rubberlaarzen met een houweel in de bodem van een drooggevallen sloot te hakken.
Dat is mijn winterstop.
We waren voortvarend bezig, de afgelopen maanden. Dus alle Carignan is voorgesnoeid en gesnoeid. De Syrah staat ook weer keurig gesnoeid in het gelid, en alle twijgen zijn van de draden getrokken en geknipt.
Er rest de Grenache, met zo’n 8000 stokken.
Het is een ras dat lastig is in het voorjaar met de vruchtzetting: coulure.
Snoei je haar wat laat, dan komt ze ook wat later in de bloei. Zo kun je proberen de bloei na de gevaarlijke periode van wind en nachtvorst te laten vallen. Dus mag de Grenache er eerst ongesnoeid bij blijven staan.
Maar stilzitten, dat kan ik niet.

Fontaine des Joncs 2015

We hadden nogal wat schade door de overstromingen in november 2014. Dus is er nu de tijd om te beginnen met herstelwerkzaamheden.
Mijn partner brengt zodoende nogal wat tijd door op de tractor: met de ploeg effent hij de geulen die al dat water door de velden trokken.
Volgens hem ben ik ongeschikt voor het tractorwerk: te gauw afgeleid, met het risico met tractor en al om te kiepen. Een altijd aanwezig risico met velden die tegen hellingen liggen.
Ik word uitgerust met houweel, schep en rubber handschoenen.

Herinneringen uit vroegere tijden zijn hier nog zichtbaar, zoals de percelen die omheind zijn met stenen muurtjes. “Droog” gemetseld: dat wil zeggen dat de stenen zo gestapeld worden, dat ze onderling houvast hebben, zonder dat er cement werd gebruikt.
Die muurtjes trotseren jaar na jaar de teisteringen door wind en regen.

De sloot die langs onze fruitgaard loopt, is dus aan één kant droog gemetseld. Heel mooi.
Behalve dus toen er eind november echt teveel water door kwam, en het water een deel van de muur vernielde en haar weg zocht door de fruitgaard.
De sloot ligt vol keien en rivierzand. Dat moet eruit worden geschept, wil het water niet na iedere forse regenbui opnieuw haar weg door de fruitgaard kiezen. Dat was nou zo’n mooi klusje voor mij.
Kleine bijkomstigheid: de gemeentelijke riolering loost ook op deze sloot.
Volgens de normen is er -door een bak waar riet in groeit-, nauwelijks residu. Ik zie weinig riet groeien en vind de sloot niet echt fris ruiken. Vandaar de rubberhandschoenen, om niet met één of andere enge ziekte thuis te komen.
Met een houweel sla ik in de bodem, om eerst de grote keien los te kunnen wrikken. Die gebruik ik om de nieuwe omwalling op te bouwen. Het gruis, het rivierzand en de bagger die daarna vrijkomen, gebruik ik om de ruimte achter de nieuwe muur op te vullen.

Fontaine des Joncs 2015

Werk wat geduld en vooral veel inzet vraagt. Partnerlief komt na een aantal middagen, op de tractor, een kijkje nemen. En ziet verontrust toe dat het een titanenklus is.
Hij heeft een “gevoelige” neus, een kostbaar attribuut wanneer het om het keuren van een wijn gaat. Een onoverkomelijke hindernis wanneer het gaat om werken in een stinkende omgeving.
Hij verontschuldigt zich dat hij niet kan meehelpen, en ik zie hem al wat wit om de neus worden.
Dus met een sprintje per tractor huiswaarts, om te voorkomen dat ter plekke de maaginhoud geleegd wordt.
Ik bik en hak en schep stug door, meter voor meter zie ik mijn muurtje vorderen.
Een afwisselend bestaan, wijnboerin…