maart 2015

Eind februari en we zijn klaar met het snoeien!
We doen aan onkruidbestrijding, op de plaatsen waar de tractor niet kan komen. Het zou beter zijn dat niet te doen, maar handmatig het onkruid in toom houden kost teveel tijd. De boel de wijnstok laten overwoekeren, dat geeft nou ook weer geen goede kwaliteit druif.
In de tijd van mijn vader, zo vertelt mijn partner, gingen de mannen met een soort houweel de velden in, om de grond rond de voet van een wijnstok los te hakken.
Dat was de tijd, dat het gezin van de eigenaar en dat van de arbeider, konden leven van de opbrengst van 10 hectare. Verleden tijd, helaas.
Dus eenmaal per jaar wordt, handmatig en heel precies, een beetje van die troep rond de voet van een wijnstok gespoten, tegen het onkruid. De rest van het onkruid gaan we te lijf met tractor en lichte ploeg.

Fontaine des Joncs

Half maart begint het te regenen. Gestage regen, die goed door de grond wordt opgenomen. Zo goed, dat de tractor niet meer de velden in kan zonder vast te komen zitten.
De wilde asperges sprinten de grond uit. Het onkruid ook trouwens, maar dat is helaas niet eetbaar.
Tja, wat moet een mens dan, na een overmaat aan omelet met wilde asperges?

Zodoende schrijf ik me in op congressen.
Het lijkt nog altijd een mannen-aangelegenheid, ik zie vele heren in keurig pak -niet echt de “look” van een wijnboer- en maar weinig vrouwen.
Maar de verhalen zijn reuze interessant: met statistieken wordt uitgelegd wat ik als boer al met eigen ogen had vastgesteld.
Ik hoorde tijdens die congressen van alles: over curves die regenval koppelen aan de groeifase (en waterbehoefte) van de wijnstok, waardoor je statistisch kon vaststellen wanneer het de wijnstok te dorstig wordt en wanneer je dus de irrigatiekraan kunt openzetten “zodat de plant niet teveel stress krijgt”.
Ja ja denk ik, ook een mooie manier om de opbrengst te verhogen.

Een studie over de drosophila en de schade die zij aanricht.
Een filmpje plus uitleg over een apparaat dat je op de tractor kunt monteren, en dat het aantal twijgen en hun diameter registreert. En een berekening maakt van de houtmassa. Nou wandel ik graag met de hond door de velden en moet zeggen dat ik zonder zo’n rekenapparaat van 7000 euros ook al heb vastgesteld waar het mager is en waar veel oogst te verwachten valt…

De laatste bijeenkomst gaf vergelijkende test-uitslagen van additieven waarmee je “foutjes” in de wijn kunt verbeteren, zoals te zuur, te astringent, te troebel, teveel kleur van een witte – of roséwijn.
Na afloop stonden er vijfentwintig flessen op de proeftafel: De oorspronkelijke wijn, met daarna de vier toegepaste methodes om het foutje in die wijn te verbeteren. In rap tempo dus kleur bekijken, wijn walsen, ruiken, proeven, uitspugen, nasmaak beoordelen. Tja, je gomt het foutje eruit, soms zo stevig dat er ook andere, juist mooie aspecten mee verdwijnen.

Karen Haanstra congresR

Kortom, wijnmaken kan erg wetenschappelijk zijn. En ik voelde me de simpele boerin, die gewoon een lekkere wijn wil maken van wat de natuur haar oplevert, zonder al dat technisch ingrijpen.
Goed, dan is de wijn het ene jaar wat lekkerder dan het andere, normaal toch?
En het roept de vraag op: welke kant gaat het op in de toekomst met de wijnbouw?
Wordt de wijnbouw een bedrijfstak waarin de groten gaan overleven, de eigenaren die zich richten op de runnen van het bedrijf en de marketing van hun produkten, zonder een band te hebben met de aarde? Zoals een aantal van die heren in hun nette pak. Ik zag hun onberispelijke handen: niet de knuisten van een wijnbouwer, gehavend en gegroefd door het koude buitenwerk van de wintersnoei.

Gaan we grootschalig produceren, met technisch vernuft de oneffenheden weggommen om tegen zo laag mogelijke kosten en een zo hoog mogelijk rendement een massaproduct tegen een commercieel interessante prijs op de markt brengen?
Het eeuwige probleem: werk je kleinschalig, handmatig en “eerlijk”, dan kost die wijn meer, maar zijn er genoeg mensen die die wijn willen (en kunnen) kopen.
Zullen die kleinschalige wijnhuizen, op termijn, kunnen blijven opboksen tegen de groten?