mei 2015

Wind, wind en nog eens wind. Het waait onafgebroken, dag en nacht.
Net wanneer de wijnvelden kwetsbaar zijn, met hun sappige groene twijgen. Die buigen en zwaaien, maar soms wordt het ze teveel, en breken ze bij de aanzet af. Weg aanstaande trossen.

Het was veel lopen deze maand: per rij de twijgen van de Syrah tussen de draden steken.
Dan breken ze nog wel in de wind, maar boven de draad, en blijft het gedeelte van de twijg waar de beginnende trosjes zitten, mooi vast zitten aan de wijnstok.
Drie weken blijft het dag en nacht hard waaien.
Het preventief bespuiten met de tractor kan dus niet doorgaan.
En op een dag is er geen zuchtje wind. Die eerste windstille dag zitten zowat alle wijnboeren op hun tractor, verwoed pogend de achterstand in de preventieve bestrijding in te halen..
Met een paar ochtenden is mijn partner daarmee klaar. Om vijf uur beginnen, en om elf stoppen.

Want na de wind begint een hittegolf: temperaturen van rond de 35 graden. Te warm om ‘s middags op een tractor te zitten.
En ideaal weer voor de bloei.
Een paar dagen later al ontdekken we de eerste bloemetjes, minuscule meeldraadjes rond een speldenknop, die zich na bevruchting tot een druif gaat ontwikkelen.
Ideaal ook voor het onkruid, dat spuit de grond uit.
Met snoeischaar en hakschep gaan we die ellende te lijf, in de brandende zon.

Fontaine des Joncs

‘s Ochtends vroeg ben ik al op pad, want na een paar uren werken staat de zon al zo hoog, dat het niet meer uit te houden is in het veld.
Die dag staat er een in het geel gestoken mannetje voor een wegversperring.
“Wat zal dit”, denk ik, “Ze willen me bij mijn werk weghouden?”
Niet helemaal dus, met walkie talkies wordt mijn komst aangekondigd, gaat de versperring open, en kan ik per auto het veld bereiken. Met het houweel stap ik het wijnveld in. Na tien minuten hakken staat er een andere man, ditmaal in oranje, naast me om te melden dat er testritten worden gehouden.
Wanneer ik denk klaar te zijn, want dan zal hij mij escorteren naar de wegversperring.
Hij doet nogal gewichtig over die testritten, dus ik waag het maar niet hem “escortboy” te noemen. Wat je al niet tegenkomt in een wijnveld. Terwijl ik me daar milieubewust de blaren in de handen sla, scheuren op de bochtige weg beneden het wijnveld rally auto’s langs, gas geven en remmen. Een hels kabaal, en een schril kontrast met mijn ecologisch verantwoorde bezigheid, er moet heel wat brandstof en CO2 de lucht in zijn gegaan.

Na twee uren hakken is het meeste onkruid bij de wortel af uit de grond gemept.
En enkele claxonsignalen zijn voldoende om mijn “escortboy” -in grote terreinwagen- in mijn veld te krijgen. Over de weg hebben de rally auto’s met zwarte remsporen het ideale parcours getekend.
“Zal ik mijn auto ook even los gooien?”, gaat er door me heen.
Ik besluit milieubewust te blijven, en hobbel kalm in mijn oude auto naar de wegversperring.
We leven in een wereld van contrasten…