januari 2013

Maand: januari 2013


Eind deze maand eindigde het voorsnoeien. Maar niets op je lauweren rusten, in februari start de volgende klus: het opbinden van de Syrah.
De maandelijkse analyses van de wijn zijn stabiel, we kunnen met de assemblage beginnen, dat is een mooi woord voor mengen. En wijn mengen, dat betekent dus ook veel proeven.

Daags te voren wordt van elk vat een fles gevuld, en die staan een nacht in de huiskamer om op de goede temperatuur te komen: van tien graden in de schuur naar de achttien graden voor het proeven.
Voorzien van mijn flessen installeer ik me met de unoloog in zijn werkkamer: een groot werkblad, aan twee kanten voorzien van een wasbak, waar de glazen elke keer na het proeven worden omgespoeld, en die tevens fungeert als spuugbak.


Het is jammer wijn uit te spugen, maar gezien het aantal slokken die genomen wordt en het feit dat ik nadien met de auto weer heelhuids thuis moet zien te komen, is het de enige remedie. Dus daar gaan we dan: eerst per fles de wijn proeven, om een indruk te krijgen wie het beste bij wie past.

Het jaar 2012 was moeilijk door het onevenwichtige weer. De wijn is er wel goed uitgekomen, maar per vat zijn er minder typerende verschillen dan andere jaren. Dus dit jaar zullen de verschillende assemblages meer op elkaar gaan lijken. Volgens de unoloog zit het bij ons wel goed, de Syrah komt goed uit de verf en de Carignan heeft voldoende structuur en karakter.
Er zijn wijnhuizen die met problemen zitten, doordat ondanks de assemblages de wijnen teveel een “doorsnee” smaak hebben.

Nu begint het werk, 50 procent van dit, 30 van dat en 20 van deze, alles in een grote kolf, schudden met die handel, en uitschenken. Kleur bekijken, ruiken, proeven, kauwbewegingen maken om de wijn maar overal in de mond te krijgen, uitspugen, even wachten om te zien wat de nasmaak wordt, en dan commentaar geven.

De keurmeester kent mijn smaak: Ik vind de Syrah aangenaam wat haar bijdrage betreft aan geur en smaak van rood fruit en mijn Syrah heeft een lekkere cassis-smaak. Maar ik wil niet dat ze de overhand krijgt op de Carignan, die een mooie structuur heeft, en dit jaar zachte tannines: dus niks geen wrange smaak in de mond. En we mengen en proeven zo nog wat voort, tot we het na een uur eens worden en de juiste percentages genoteerd kunnen worden.
Met dat “briefje” ga ik en mijn partner de schuur in, om op grotere schaal de wijnen in de goede verhoudingen van de ene tank naar de andere samen te brengen tot de wijnen 2012.



Daarna begint weer het niets doen. De wijn moet de tijd krijgen te wennen aan haar nieuwe samenstelling. Soms geeft het verrassingen, want wat je proeft direct na de menging, is niet altijd hetzelfde product na een half jaar samenwonen: één aspect kan afzwakken, een ander gaat juist weer meer de boventoon voeren.
‘t Is net als met mensen, bij een goede relatie voegt elk wat toe en levert wat in, en geeft het een meerwaarde bij de optelsom. 

Meestal zetten we een klein volume apart op eikenhouten vaten, vaten die al een paar keer wijn in zich hebben laten rijpen. De tannines worden ronder, zonder dat de wijn een overheersende houtsmaak krijgt.
Het Engelstalig-werelddeel schijnt bijvoorbeeld gek te zijn op die houtsmaak.
Ik heb zo een vermoeden dat het een neveneffect is van de whisky die ze gewend zijn te drinken.
Maar ik wil na een jaar werk mijn eigen wijn herkennen en geen hout schenken uit een fles.

Nee, geen oordeel of vooroordeel, ieder zijn smaak, dat is nou het mooie van wijn.
Het zijn de natuur, het klimaat en het werk van de wijnbouwer, die iedere wijn tot iets unieks maken.
En het doet ons natuurlijk plezier, wanneer onze ideeën over de smaak van wijn, gedeeld worden door Nederlandse wijnliefhebbers.